Jenaplanschool De Zonnewijzer
Met dit artikel willen wij u een indruk geven van de beweegredenen om Jenaplanschool te zijn. Veel van de in dit artikel beschreven situaties gelden voor onze school.Andere zaken zijn binnen ons onderwijs anders ingevuld. Met name het werken met week - en maandboeken, kenmerkend voor onze school, vindt u in dit artikel niet terug. Toch geeft dit artikel de sfeer van een Jenaplanschool uitstekend weer.
JENAPLAN
HOE GAAT DAT ONGEVEER?
Vanaf het midden van de jaren zestig kent Nederland Jenaplanscholen. Dat zijn scholen waar men de gedachte van Peter Petersen en zijn medewerkers over opvoeding en onderwijs gestalte wil geven.
Petersen was vanaf 1923 hoogleraar in opvoedingswetenschappen in Jena. Hij ontwikkelde er een theorie over onderwijs en opvoeding. Samen met een team van medewerkers deed hij onderzoek in scholen.Hij gaf daar bovendien leiding aan de universitaire experimenteerschool en aan de opleiding van onderwijsgevenden.
In 1950 maakte de toenmalige overheid van de DDR het Petersen en de zijnen mogelijk om in Jena verder te werken. Petersen overleed in 1952. Zijn boeken worden nog steeds herdrukt, in Nederland verschijnen vertalingen van zijn hoofdwerken.
Samen met mensen als Kees Boeke,Maria Montessori,Steiner en Decroly staat Petersen in een traditie van onderwijsvernieuwing die dateert van het begin van onze eeuw.
Alle vernieuwers zochten een school waar meer het kind rekening zou worden gehouden en die zou bijdragen aan het tot stand komen van een betere wereld.
Volgens Petersen vraagt een wezenlijke vernieuwing van het onderwijs allereerst om andere relaties tussen mensen, tussen opvoeders en kinderen, tussen kinderen onderling.Tussen wie onderwijs verzorgt, tussen school en ouders. De school moet een gezinsschool worden. De overheid maakt onderwijs mogelijk, maar onderwijsgevenden, kinderen en ouders samen geven de school inhoud.
Het einddoel van de opvoeding is zich inzetten voor die samenleving. De school kan daartoe slechts een bijdrage leveren als ze van leerinstituut een opvoedingsplaats wordt.De school wordt dan een voor kinderen overzichtelijke samenleving waar in je kunt leren jezelf te zijn,waar je leert problemen op te lossen,alleen en samen met anderen,waar je tal van kinderen en volwassenen kunt leren kennen, waar je eigen mogelijkheden en beperkingen kunt ontdekken. Het kind heeft in dat groeiproces een heel belangrijke inbreng die al te lang is verwaarloosd.
Else Petersen, echtgenote van Petersen en diens medewerkster, noemt een drietal grondkrachten in de kinderlijke ontwikkeling. We maken van die krachten zo luidt haar kritiek, in het onderwijs veel te weinig gebruik.
1) Kinderen hebben een sterke behoefte aan bewegen. Bewegen betekent voor een kind groot worden, de wereld verkennen, met je lichaam mogelijkheden ontdekken. Wie het kind dwingt tot lang stil zitten doet het groot onrecht.
2) Kinderen willen graag zelfstandig worden. De school mag die drang niet onderdrukken. De school moet kinderen juist gelegenheid geven het zelfstandig bezig zijn te beoefenen. Dit betekent dat kinderen moeten kunnen beschikken over ruimte en tijd.
3) Kinderen zijn van nature sterk op anderen gericht. Samenwerken en elkaar helpen behoren daarom in de Jenaplanschool een belangrijke plaats te krijgen. Wederzijdse hulp maakt mensen tot medemensen.
GROEPSLEIDERS
Groepsleiders in de Jenaplanschool hebben een belangrijke functie, niet in het laatst, omdat de kinderen die bij hen opgroeien, duidelijk leiding behoeven. Vanzelfsprekend is die behoefte afhankelijk van de situatie waarin een kind zich bevindt, die behoefte is ook per kind verschillend. Opvoeders die kinderen aan hun lot overlaten doe hen ernstig tekort.
Petersen en de zijnen hebben stap voor stap een nieuwe school ontwikkeld, daarin is het goede van de oude school behouden.
Volgens Petersen moet de school blijven, kinderen komen er om te leren, maar niet in concurrentie met anderen. Zijn school kent geen zittenblijvers,geen drempels tussen kleuter -en lager onderwijs en voortgezet onderwijs. We hebben in Nederland nog lang te gaan voor we stand hebben gebracht wat Petersen beoogde:ononderbroken onderwijs voor ieder kind van 4 tot ongeveer 18 jaar. We kennen nu een flink aantal samenwerkende Jenaplanbasisscholen en een Jenaplanmiddenschool.Het is zeker dat Petersen zijn tijd in vele opzichten ver vooruit was.
STAMGROEPEN
Het meeste opvallende in Jenaplanscholen is misschien wel dat de kinderen niet langer in een klas met leeftijdsgenoten worden geplaatst, zoals dat in scholen met jaarklassen gebeurt.
Jenaplanscholen kennen zogenaamde stamgroepen.Dit zijn groepen, waarin kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zijn geplaatst.
In veel scholen voor basisonderwijs zijn er groepen voor de 4- en 5-jarigen, groepen voor 6- tot 9-jarigen en groepen voor 9- tot 12-jarigen. Kinderen gaan op grond van hun leeftijd naar een volgende groep. Zittenblijven komt nagenoeg niet meer voor.
In de stamgroep ligt het accent op samenleven. Net als thuis en op straat. Het kind doet er belangrijke ervaringen op. Het komt er kinderen tegen van verschillende leeftijden, om mee te spelen, om mee te werken,om mee feest te vieren,om bij dingen stil te staan.
De mogelijkheden van de stamgroep zijn, voor wie er oog voor heeft en voor wie de mogelijkheden benut, groot.
In een stamgroep kan traditie groeien,omdat na een jaar slechts een deel van de kinderen de groep verlaat en klein deel nieuw binnen komt. Ieder kind kan er ervaren wat het betekent te behoren tot de groep jongsten, middelsten en oudsten. De school kan zo een belangrijke aanvulling geven op ervaringen in het gezin waar die ervaringen andersoortig zijn.
BASISACTIVITEITEN:
Gesprek, Spel, Werk en Viering
De Jenaplanschool kent niet een strak rooster van lesuren en vakken.
Petersen koos typisch menselijke activiteiten als GESREK,SPEL,WERK en VIERING als uitgangspunten voor zijn onderwijs. Door aan die basisactiviteiten deel te nemen groeit het kind op tot een actief lid van de menselijke samenleving. Het zijn activiteiten die voor elke menselijke samenleving kenmerkend zijn. De overgang van school naar het buitenschoolse leven kan zo een vloeiende zijn.
GESPREK
Kinderen in een Jenaplanschool zitten regelmatig in de kring om plannen te maken.
" Om naar een tekst te luisteren en om die te bespreken.
" Om elkaar vragen te stellen.
" Om intensief te studeren.
" Om beslissingen te nemen waarbij iedere inbreng telt.
In een observatiekring worden planten, dieren en dingen nauwkeurig bekeken, betast. Kinderen vragen en vertellen elkaar, wat ze hebben opgemerkt.
Natuurlijk is met elkaar spreken in andere situaties van even groot belang.
SPEL
De school heeft de mogelijkheid van spel lange tijd laten liggen. We leren vooral van het kleuteronderwijs hoe belangrijk spel is. Dat geldt ook voor kinderen na de kleuterperiode. Spel is voor jonge kinderen de belangrijkste manier om met elkaar en met dingen om te gaan. Voor oudere kinderen komen ook andere vormen van spel beschikbaar, zoals leerspellen, bewegingsspellen, dramatisch spel en dansen.
WERK
Werk is doelgericht met iets bezig zijn. Vanzelfsprekend is werken en leren een belangrijk aspect van wat op Jenaplanscholen gebeurt. Maar anders dan in traditionele scholen is werken er niet in de eerste plaats het maken van oefeningen en het doorwerken van leerboekjes. Werken is dingen maken, samen of alleen, is vaardigheden verwerven op tal van gebieden, is werken binnen de school en daarbuiten, is leren met behulp van werkmiddelen, is ook voorbereiden van vieringen, het voorbereiden van een verkoop voor een goed doel, het maken van een verslag nadat binnen of buiten de school gegevens zijn verzameld.
De school geeft het kind beschikking over materiaal, ruimte en tijd.Waar nodig geeft de groepsleider hulp.
Activiteiten van jonge kinderen worden gekenmerkt door veel vrijheid in tijd en uitvoering. Hoe ouder het kind wordt,des te meer eisen mogen worden gesteld aan wat tot stand komt.
Ieder kind heeft daarbij recht op persoonlijke aandacht.
VIERING
Het ontbreken van vieringen in het schoolleven was voor Petersen het beste bewijs dat het in de scholen aan een echte gemeenschap, aan intensief samenleven ontbrak.In vieringen worden gebeurtenissen herdacht,krijgen verjaardagen van kinderen en groepsleiders van de school aandacht. In een viering staat men stil bij wat is gebeurd,samen blij, samen verdrietig. Ieder die intensief bij een viering is betrokken voelt daar het samen zijn als heel iets wezenlijks.
Vaste vieringen in de schoolweek zijn vaak de weekopeningen en de weeksluiting.
Veel vieringen vinden plaats in de stamgroep,bij andere vieringen is de hele schoolgemeenschap betrokken. Vieringen kunnen door groepsleiders, door kinderen of door beide worden voorbereid. Belangrijke elementen bij vieringen zijn samen eten,spel,zingen,muziek maken en dansen. Waar ouders en groepsleiders dat wensen kunnen ook kerkelijke feesten in het schoolleven een plaats krijgen. Een viering behoeft een beleving die door allen kan worden meegemaakt.
PEDAGOGISCHE SITUATIES
In plaats van lesuren kent de Jenaplaschool pedagogische situaties, zoals perioden voor zelfstandig werken,samen eten,pauze,een cursus voor het aanleren van vaardigheden,een weeksluiting,een leeskring,een observatiekring. Die situaties vormen samen een zogenaamd ritmisch weekplan waarin de afwisseling van activiteiten vaak met symbolen is aangegeven.
De groepsleider zorgt ervoor dat elke situatie een uitdaging betekent om actief te zijn,om mee te doen,om na te denken,om te genieten,om te werken,te spelen,te spreken of te vieren.
ZORGBREEDTE
In de Jenaplanschool probeert men kinderen die vroeger maar al te gauw naar vormen van Speciaal Onderwijs werden gestuurd binnen de school de nodige extra hulp te geven. De aanwezigheid van deskundigheid binnen het team is daarvoor een vereiste. Door hulp binnen het gewone onderwijs te geven kan worden voorkomen dat kinderen later in de samenleving aanpassingsproblemen krijgen. Ze blijven van hun groep deel uit maken,ze leren er leven met hun tekort. De andere kinderen leren in de school om te gaan met wie merkbaar minder presteert. De groepsleider zorgt ervoor dat ieder kind in de groep wordt aangesproken op eigen mogelijkheden.
Overleg tussen groepsleiders is daarom erg belangrijk, bij cursussen krijgen groepsleiders ook te maken met kinderen uit andere groepen.
Groepsleiders observeren de kinderen. Ze leiden daaruit af wat ieder kind nodig heeft en hoe leiding gegeven moet worden. Kennis van kinderen,kennis van zichzelf en van de wereld waarin ze kinderen in leiden maken de groepsleider tot een professionele opvoeder. De groepsleider geeft cursussen en lessen, begeleidt kinderen bij werk.
Wij hopen u zo een indruk te hebben gegeven van wat de uitgangspunten zijn van het onderwijs dat wij op de Zonnewijzer aanbieden. Mocht u nog nadere informatie willen, dan kunt u zich altijd tot ons wenden. Ook is het mogelijk een dagdeel in een van de groepen mee te draaien.
Het team van de Zonnewijzer
Willem Veldt, directeur.
Jenaplan

